U bevindt zich hier:

Biomonitoring

HVC laat de schadelijke stoffen die worden uitgestoten, meten. Het merendeel van de uitstoot meten we zelf continu, terwijl een externe instelling sommige stoffen vier keer per jaar meet.

Om de eventuele invloed van haar afvalverbrandingsinstallatie in Alkmaar op landbouwproducten in de omgeving te meten, laat HVC een zogenoemd biomonitoringprogramma uitvoeren. In mei 2008 zijn de resultaten van 15 jaar biomonitoring gepresenteerd. Deze toonden aan dat de activiteiten van HVC de kwaliteit van de onderzochte producten niet beïnvloeden. 
Naar aanleiding van deze publicatie, is Henk Hemke, een van de betrokkenen van het eerste uur, geïnterviewd. U kunt het interview hier lezen.

Consumptiekwaliteit
Alle resultaten in ogenschouw genomen komt er, ondanks de variatie die eigen is aan metingen in biologisch materiaal, een consistent beeld naar voren. Het overgrote deel van de gehalten in de verschillende gewassen en producten kwam overeen met het landelijk of regionale achtergrondniveau. Normen voor de consumptiekwaliteit van gewassen en koemelk werden niet overschreden. De onderzoekers concluderen dat de emissie van de afvalverbrandingsinstallatie geen aantoonbare invloed heeft gehad op de kwaliteit van agrarische gewassen en producten in de omgeving van de installatie.

Emissies
Tijdens de voorbereidingen van de bouw van de afvalcentrale in Alkmaar in 1991 waren de agrariërs in de omgeving zeer bezorgd over de toekomstige invloed van de emissies van de installatie op de kwaliteit van hun landbouwproducten. Deze zorgen kwamen voort uit de te hoge emissies van dioxinen van sommige afvalverbrandingsinstallaties eind jaren tachtig.


Proeflocaties
Om aan deze zorgen tegemoet te komen is HVC in overleg met het toenmalige Landbouwschap gestart met een biomonitoringprogramma. Hiermee kan de eventuele invloed van de installatie op landbouwproducten in de omgeving worden gemeten en kan worden vastgesteld of HVC de kwaliteit van deze producten nadelig beïnvloedt. Producten, zoals gladiolen, boerenkool en spinazie, die worden geteeld op proeflocaties en koemelk uit de omgeving van de afvalcentrale in Alkmaar worden geanalyseerd en vergeleken met de samenstelling van referentieproducten, het landelijk achtergrondniveau en de warenwetnormen.

Begeleidingscommissie
De uitvoering van het biomonitoringprogramma is opgedragen aan ingenieursbureau Royal Haskoning uit Nijmegen en Plant Research International in Wageningen, een onderzoeksinstelling van Wageningen Universiteit. Voor de inhoudelijke boordeling van het monitoringprogramma is een begeleidingscommissie opgericht waarin HVCafvalcentrale Alkmaar, de land -en tuinbouworganisatie LTO-Noord, Royal Haskoning en Plant Research International zijn vertegenwoordigd. De begeleidingscommissie komt 1 à 2 keer per jaar bijeen voor bespreking van de resultaten uit het programma. Ook eventuele aanpassingen in de uitvoering worden hier besproken.

Veel verkeer en industrie
De methode wordt in Dordrecht niet toegepast. Omdat rond deze afvalcentrale veel verkeer en industrie is, zou een dergelijk programma daar veel minder relevante informatie opleveren over de invloed van de verbrandingsinstallatie op gewassen in de omgeving.