U bevindt zich hier:
Koeien in de omgeving van HVCafvalcentrale Alkmaar.
De biomonitoringlocaties. De twee witte stippen zijn veehouderijen waar monsters genomen worden. De rode stippen zijn de meetpunten, in zo veel mogelijk verschillende windrichtingen rondom de afvalverbrandingsinstallatie. Het meetpunt in Bergen is een referentiemeetpunt. Het ligt op grotere afstand, buiten de invloedssfeer van de installatie.

Biomonitoring: 'prachtvorm van samenwerking'

Om de eventuele invloed van zijn afvalverbrandingsinstallatie in Alkmaar op landbouwproducten in de omgeving te meten, laat HVC al 15 jaar een zogenoemd biomonitoringprogramma uitvoeren. Henk Hemke - tegenwoordig landbouwer in ruste - is er van het begin af aan bij betrokken geweest. "Het is een prachtvorm van samenwerking."

Felle protesten ontstonden er, toen in 1991 de plannen voor de bouw van een nieuwe afvalverbrandingsinstallatie bij Alkmaar bekend werden. Verwonderlijk was dat niet. In 1989 was er namelijk onder de rook van de afvalverbrander in de Lickebaertpolder bij Vlaardingen dioxine in koemelk aangetroffen. Bovendien waren er eind jaren tachtig incidenten met de oude afvalverbrandingsinstallaties in Zaanstad en Alkmaar. Agrariërs uit de omgeving van Alkmaar maakten zich ernstige zorgen over de mogelijke effecten van de emissies van de installatie op de kwaliteit van hun gewassen.  

Plannen
Henk Hemke was destijds voorzitter van de agrarische vereniging. Zijn achterban vond dat hij naar een gemeenteraadsvergadering moest gaan, om uiting te geven aan hun zorgen. "Dat wilde ik wel, maar ter ondersteuning moesten er een stuk of twintig tractoren mee, vond ik", vertelt Hemke. "Voordat de raadsvergadering goed en wel begonnen was, kwam de politiecommissaris binnen. 'De hele stad staat vol met tractoren!', riep hij. Bleken er zo’n 270 trekkers naar het stadhuis opgestoomd te zijn. Toen heb ik gezegd dat ik die mensen vertegenwoordigde en dat ik een gesprek met de gemeente wilde. 'Nou', zei de burgemeester, 'dat heb je goed gepland, want vanavond gaan we de plannen voor de nieuwe afvalverbrandingsinstallatie bespreken.'" 

Akkoord
Hemke: "De wethouder, Piet IJssels, riep destijds een commissie in het leven, waar ik ook bij zat, samen met allerlei actievoerders. Die waren allemaal tegen de nieuwe afvalcentrale. Maar ik zei: 'We hebben zelf ook afval en dat moet goed verwerkt worden.' Wij waren als agrariërs de enigen die vóór een afvalverbrandingsinstallatie waren. Er was net nieuwe wetgeving en als gevolg daarvan hadden wij in feite de bevoegdheid om de afvalverbrandingsinstallatie te laten sluiten. We hebben toen gezegd: 'Jullie mogen wel afval verbranden, maar er moet een schaderegeling komen voor als jullie een foutje maken.' Nou, daar werden juristen op gezet, het ging naar de provincie, dat duurde alles bij elkaar driekwart jaar. Maar het was wel uniek: een semioverheidsbedrijf dat een financieel akkoord sluit."

Onderzoek
"We werden steeds betrokken bij de plannen", vervolgt Hemke. "Er is daardoor een goede verstandhouding ontstaan. Gerard Nieuwendijk, de toenmalige directeur, had ons nodig voor steun in de omgeving. Hij vroeg me: 'Hoe bewijs je dat wij het zijn als er een fout is gemaakt?' Ik had net gelezen over een instituut in Wageningen dat alle zware metalen kon traceren. Daarmee ben ik naar HVC gegaan. Nieuwendijk vond het prachtig, want zo kon HVC zijn onschuld bewijzen. En in Wageningen waren ze ook blij met ons verzoek om onderzoek te doen, want nu konden ze naar buiten treden met hun kennis. HVC ging direct akkoord met het bedrag dat ervoor betaald moest worden. We hebben toen de naam 'biomonitoring' bedacht."

Samenwerking
Met het biomonitoringprogramma kunnen emissies geregistreerd worden. De volgende vraag is dan: hoe weet je of die emissies van HVC afkomstig zijn? Hemke: "De oplossing is dat je de windrichting bepaalt en registreert. Nu hadden wij landbouwers al een computerprogramma voor het besproeien van de gewassen met beschermingsmiddelen. Want bij het sproeien moet je ook met de windrichting rekening houden. Ik stelde voor er een gezamenlijk project van te maken: HVC koopt het programma, wij betalen het onderhoud ervan. Een prachtvorm van samenwerking. En zo hebben we steeds samengewerkt. We worden bij elke ontwikkeling betrokken." 

Nachtvorst
De oude afvalverbrandingsinstallatie, de Vuilverbrandingsinstallatie Alkmaar en omstreken, is eerst drie jaar gemonitord. "Toen de eerste rapportage uit Wageningen kwam, was het flink schrikken", herinnert Hemke zich. "Er was vier keer zoveel cadmium geregistreerd als toegestaan. Maar kwam dat wel van de afvalverbrandingsinstallatie? Na onderzoek bleek dat het werd veroorzaakt door iemand die vlakbij kabels aan het verbranden was. Dat was dus het eerste positieve resultaat. Een andere keer was het gehalte pak’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) vier keer zo hoog als toegestaan. Ook dat kwam niet door HVC, maar door iemand die in de buurt van een biomonitoringlocatie zijn schuur had geteerd.
Kort na de start van HVC was er een probleem met tulpen: de stengels begonnen te scheuren. 'Dat komt vast door de afvalverbrandingsinstallatie', werd er gezegd. Maar het probleem bleek te zijn dat er nachtvorst optrad nadat die tulpen bespoten waren."

Aanpassingen
De uitvoering van het biomonitoringprogramma is opgedragen aan ingenieursbureau Royal Haskoning uit Nijmegen en Plant Research International in Wageningen, een onderzoeksinstelling van Wageningen Universiteit. Voor de inhoudelijke boordeling van het monitoringprogramma is een begeleidingscommissie opgericht waarin HVCafvalcentrale Alkmaar, de land -en tuinbouworganisatie LTO-Noord, Royal Haskoning en Plant Research International zijn vertegenwoordigd. De begeleidingscommissie komt 1 à 2 keer per jaar bijeen voor bespreking van de resultaten uit het programma. Ook eventuele aanpassingen in de uitvoering worden hier besproken.  

Omgeving
Royal Haskoning en Plant Research International hebben de resultaten van het biomonitoringprogramma over de afgelopen 15 jaar geëvalueerd. Het programma loopt overigens gewoon door. "Alle resultaten in ogenschouw genomen komt er, ondanks de variatie die eigen is aan metingen in biologisch materiaal, een consistent beeld naar voren", schrijven de onderzoekers. "Het overgrote deel van de gehalten in de verschillende gewassen en producten kwam overeen met het landelijk of regionale achtergrondniveau. Normen voor de consumptiekwaliteit van gewassen en koemelk werden niet overschreden. Dit rechtvaardigt de conclusie dat met betrekking tot de zware metalen cadmium en kwik, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (pak’s) en dioxinen en pcb’s de emissie van de afvalverbrandingsinstallatie geen aantoonbare invloed heeft gehad op de kwaliteit van agrarische gewassen en producten in de omgeving van de installatie."

Energieproducent
"De plannen in Zwolle zijn ook interessant", vindt Henk Hemke. Hij doelt op de bouw van een vergistingsinstallatie, waar HVC bij betrokken is. Die installatie vergist gft-afval tot biogas, dat wordt opgewerkt tot brandstof voor voertuigen. Na het vergisten wordt het restmateriaal gecomposteerd tot hoogwaardige compost.
Hemke: "Landbouwers hebben plantaardig afval. Zo’n vergistingsinstallatie biedt nieuwe kansen om van dat afval energie te maken. Ik heb twintig jaar geleden al voorspeld dat HVC van afvalverwerker steeds meer energieproducent zou worden."

Klusje
"Normaal gesproken zou iemand anders dit werk - dat ik overigens samen met Wim Purmer doe - allang van me hebben overgenomen", weet de inmiddels 77-jarige Hemke. "Maar we willen het allebei niet opgeven, omdat we het zo’n mooi klusje vinden. We waarderen de manier waarop HVC met ons en andere omwonenden communiceert en we vinden het prachtig om daaraan mee te werken."

Alkmaar, 17 juli 2007.